Zaterdag 9 mei
De laatste dag alweer. Volgens Buienradar stond Mallorca op het punt herschapen te worden in een tropisch oorlogsgebied: onweer, bliksem, zondvloed, misschien hier en daar een verdwaalde sprinkhanenplaag. Maar kijk, voorlopig bleef het droog en zoals echte flandriens betaamt, besloten we nog één keer alles eruit te persen wat er nog in de benen zat.
Voor vertrek moesten eerst enkele mysterieuze dossiers worden geopend.
Dossier 1: Wie heeft de koersbroek van Fred gesjoemeld?
Iedereen ontkent. Begrijpelijk ook, want om daarin te geraken moet je óf extreem moedig zijn, óf onderweg van geslacht veranderd zijn. Het onderzoek loopt nog.
Dossier 2: Wie heeft het achterwiel van Frank gelost?
Sabotage? Jaloezie? Een mislukte poging om een extra rustdag af te dwingen? Ook hier blijft de waarheid ergens verborgen tussen de bidons en energierepen.
Met frisse moed en licht wantrouwen tegenover elkaar sprongen we een laatste keer op de fiets. Wonder boven wonder bleef het droog en we haalden zelfs de zee in het zuiden. De terugweg liep via Llucmajor, meteen ook onze allerlaatste officiële pitstop. De eerste druppels vielen, maar dankzij jaren ervaring in Vlaamse motregen konden we er elegant tussendoor slalommen. Resultaat: iedereen droog thuis.
Eindbalans van de week: ruim 400 kilometer, ettelijke duizenden hoogtemeters, lege benen, volle magen en kuiten waar menig profrenner spontaan jaloers van wordt. De prijzen werden verdeeld, de verhalen aangedikt en iedereen tevreden. Het thuisfront waarschijnlijk ook: afgetrainde lichamen, bruine koppen en eindelijk weer mannen die niet om 21u met compressiekousen in slaap vallen.
Ondertussen begon het buiten onophoudelijk te regenen. En koud… verdorie, precies Oostende op oudejaarsavond, maar dan zonder vuurwerk en met minder ambiance. Het restaurant had dus een serieuze taak: onze moraal redden. Gelukkig slaagde het daar met glans in. En de laatste gin-tonics hielpen ook opvallend goed mee aan de verwerking van het naderende afscheid.
Na het eten belandden we nog in een lokaal bruin café. Daar genoten we van de sfeer, de gezelligheid en — laten we eerlijk zijn — ook van de lokale schoonheden. Meer details hoeven daar niet over gegeven te worden. Sommige herinneringen zijn beter zonder bewijsmateriaal.
Morgen keren we huiswaarts. De vrouwtjes gaan tevreden zijn. En wij eigenlijk ook, want woensdag worden de gin-tonics opnieuw ingeruild voor Keytes bij Hilde in de Vlas. Het leven kan toch schoon zijn.
En nog een laatste boodschap voor Peter en Dirk:
volgend jaar op tijd inschrijven hè, voordat jullie opnieuw een week FOMO moeten verwerken via WhatsApp-foto’s van bezwete kuiten en halve liters bier. 🍻🚴
Vrijdag 8 mei
Pff… de zon had vandaag duidelijk een rustdag genomen. Net nu wij eindelijk onze klimmersbenen hadden teruggevonden, besloot het weer om wat wielerromantiek in de mixer te gooien. Maar goed, echte Bike Boys laten zich niet afschrikken door een wolkje meer of minder. Het doel was duidelijk: de legendarische Coll de Sóller. Buiten categorie volgens de boekjes… en volgens onze leeftijdscategorie zelfs dubbele punten waard.
De strijd om het bergklassement ligt trouwens nog volledig open. Niemand vertrouwt nog iemand. Zelfs aan het ontbijt werd er verdacht gekeken naar wie de meeste confituur op zijn toast smeerde.
Tjess speelde vandaag meesterknecht deluxe en offerde zich de eerste 30 kilometer volledig op. Met een tempo alsof hij achtervolgd werd door een boze hoteluitbater met openstaande minibarrekening, sleurde hij het peloton richting Bunyola. De tegenstand kraakte, piepte en begon al spontaan naar een e-bike te googelen.
Onderweg passeerden we verschillende triatleten die zich warm reden voor hun wedstrijd morgen. Mooie sport natuurlijk, maar wij zijn geen eendagsvliegen. Wij mikken op het grote rondewerk. Wielertoeristen met een meerjarenplan en een vochttekort.
Aan de voet van de klim voelde iedereen zich plots verrassend fris. Verdacht fris zelfs. Waarschijnlijk groepshallucinatie. Maar met de vingers in de neus — of toch minstens één vinger — bereikten we de top van de Coll de Sóller. Geen epische inzinking, geen krampen, niemand die “ik ga stoppen met fietsen” riep. Historische dag.
De afdaling richting Port de Sóller bracht ons naar een welverdiende pitstop. Koffie, cola, wat suiker en vooral veel analyses die begonnen met: “Als ik écht had doorgetrokken…”
De terugklim was iets technischer. Eerst slalommen tussen auto’s, bussen en vermoedelijk een verdwaalde Duitse campertoerist die dacht dat hij op de Nürburgring reed. Gelukkig verdwenen de meeste voertuigen de tunnel in, zodat wij rustig verder konden afzien in vrede.
De afdaling nadien gebeurde opvallend verstandig. Veel haarspeldbochten, natte plekken en plots toch een collectief besef dat ziekenhuizen op vakantie minder gezellig zijn. De gebruikelijke hogesnelheidstrein bleef vandaag dus even op stal.
Tweederde van de rit zat erop: meer dan 1000 hoogtemeters in de benen. Tijd voor lokale bevoorrading. Broodjes, cola’s, koeken… alles wat niet wegloopt werd opgegeten. Perfect getimed ook, want net toen openden de hemelsluizen zich alsof iemand boven een jacuzzi had omgekieperd.
Met extra zuurstof in de lucht en een licht euforisch gevoel — Kurt noemt dat blijkbaar “pijn in de kop” — maalden we de laatste 30 kilometer af aan een tempo waar menig lezer spontaan zijn elektrische fiets voor zou verkopen.
Alleen Wim probeerde het nog spannend te maken met een leegloper. Maar de pitcrew schoot in actie alsof Ferrari plots wél een goede bandenwissel kon uitvoeren. Binnen de kortste keren stonden we weer op de baan.
En dan: de echte topsport.
Colaatje. Oké… biertje. Douche. Zwembad. Avondzon. Barbecue.
Met grillmaster Tjess aan het roer kon dat niet misgaan. Vlees perfect gebakken, verhalen steeds straffer naarmate de wijn vloeide, en ergens op de achtergrond goeie oude rockmuziek alsof we zelf in een documentaire over vergane wielerglorie meespeelden.
Gin-tonic erbij. Benen omhoog. Sterke verhalen. Nog één ritje te gaan.
Want uiteindelijk geldt op Mallorca dezelfde regel als overal:
het leven gaat sneller met goede maten.
Donderdag 7 mei 2026
De ochtend begint weeral zoals het een échte fietsvakantie betaamt: een warme zonnestraal op de snoet, een staalblauwe hemel en het vooruitzicht van koffiekoeken en cafeïne. Tijd voor de bakker dus. Alhoewel… niet iedereen stond al met beide voeten in de realiteit. Tjess zat duidelijk nog ergens in dromenland — vermoedelijk op de Col du weetikveel, met een gemiddeld stijgingspercentage van 17%.
Ondertussen blijkt de was nog altijd even nat als gisterenavond, en onze koersschoenen lijken meer op aquariums dan op sportmateriaal. Gelukkig krijgen de haardrogers — oorspronkelijk mee voor onze ooit imposante haarbossen — eindelijk een nuttige bestemming.
Zoals voorspeld krijgt Tjess uiteindelijk zijn goesting: er moet een berg beklommen worden. “Rustig tempo voor iedereen,” klinkt het nog hoopvol. Maar opvallend veel collega-fietsers rijden ons onderweg tegemoet… naar beneden. Dat had misschien een teken moeten zijn.
Vlak onder de top volgt de anticlimax van de dag: weg afgesloten wegens werken. Pogingen tot omkoping, zielige blikken en halve smeekbedes halen niets uit. Geen doorkomen aan. Met een verzameling kleurrijke verwensingen keren de Bikeboys noodgedwongen terug naar beneden.
Gelukkig biedt een ommetje richting Alaró soelaas, inclusief een eerste pitstop bij een vriendelijke Hollandse dame. Sommigen overwogen spontaan hun fiets daar permanent te parkeren, maar de kilometervreters binnen de groep waren onverbiddelijk: “Doortrappen!”
Na 65 kilometer begint bij Tjess het waarschuwingslampje opnieuw te branden. De mens rijdt blijkbaar op baguettes en broodjes alleen. Een stevig belegd exemplaar verdwijnt dan ook sneller dan een gelletje in volle finale.
Eindbalans van de rit: 86 kilometer, tevreden gezichten en nét op tijd binnen. Want zodra de fietsen geparkeerd staan, verhuist de zon officieel naar Ibiza en blijft Mallorca achter met regen voor de rest van de dag. Niemand klaagt echt, want hier en daar beginnen de klassieke wielrennerskwaaltjes op te spelen: stijve knieën, protesterende ruggen en zitvlakken die stilaan juridische stappen overwegen.
De namiddag verloopt volgens een strak topsportschema: sommigen doen een dutje, anderen trekken ten strijde richting supermarkt.
’s Avonds wacht restaurantbezoek in Molico in Sencelles, zorgvuldig uitgekozen door Wim — die stilaan verdacht veel trekjes begint te vertonen van een toekomstige Michelin-flexijobber. Het eten is overheerlijk, het uitzicht prachtig en het enige jammere is dat de regen het terrasbezoek saboteert.
Na terugkomst in het huisje blijkt het kaarsje bij iedereen stilaan uit te gaan. Verder dan één nadrink geraakt niemand nog. Maar eerlijk? Geen voetbal, geen karaoke, geen nachtelijke ambiance… gewoon horizontaal genieten van de stilte. Ook dat is topsport.
Salute, Bikeboys. 🚴🍷🌧️
Woensdag 6 mei
Vandaag slapen we eens lekker uit.”
Dat was dus de eerste leugen van de dag.
Want ambitie kent geen grenzen bij de Bike Boys, en dus stond er alweer een koninginnenrit van meer dan 100 kilometer op het programma. Alsof onze benen gisteren niet al officieel klacht hadden ingediend.
De dag begon cultureel verantwoord aan de lokale bakker, die blijkbaar tegelijk dienstdoet als dorpscafé, parlement én wielercafé. Tjess en ik schoven zonder schaamte mee aan voor een koffie tussen de locals. Pure integratie. Ondertussen had de rest thuis de ontbijttafel alweer strak georganiseerd. Het draaide allemaal als een Zwitsers uurwerk — eentje dat licht naar koffie, zonnecrème en spiergel rook.
Onze voeding werd ondertussen wetenschappelijk aangepakt: calorieën nauwkeurig berekend, elektrolyten bijgevuld en vochtbalans bewaakt alsof we een Formule 1-team waren. Alleen de champagne ontbrak nog.
Voor we het goed en wel beseften, zaten we al halfweg in Portocolom, gezellig aan de jachthaven met een cola in de hand en de illusie dat we fris waren. Daarna volgde nog “een klein klimmetje” van een kilometer of vijftien richting plaspauze. Want ja… 60+ is geen leeftijd, het is een logistieke uitdaging.
Gelukkig wachtte daar een broodje. En niet zomaar een broodje: een broodje met superkrachten. Plots reden we allemaal vlot boven de 40 à 45 km/u. Of het bergaf was? Details. Niet belangrijk.
Ondertussen begon de natuur zich ook moeien. Rondom ons hing een donker wolkendek alsof Mordor op Mallorca lag. Wij bleven voorlopig gespaard, al veranderde het wegdek stilaan in een glijbaan met plassen waar zelfs Bambi onzeker van zou worden. Het geroezemoes in het peloton nam toe, samen met het aantal “wooohooo pas op!”-momenten.
Maar kijk: uiteindelijk tikten we netjes 101 kilometer aan, gemiddeld boven de 25 km/u. Niet slecht voor een heuvelachtig parcours én zeker niet voor een bende plat Oostends volk dat normaal al hoogtevrees krijgt van een verkeersdrempel.
Terug thuis zagen we eruit alsof we Parijs-Roubaix hadden gereden. Vol modder, nat tot op plaatsen waarvan we niet wisten dat ze nat konden worden. Eerst de fietsen afgespoten, daarna onszelf, en ondertussen draaide de wasmachine overuren alsof ze sponsor was van de ploeg.
Na de douche volgden voor sommigen nog een paar werkmeetings — al vermoeden we dat daar weinig productiviteit meer uitkwam. Vervolgens schakelden we collectief over op gin-tonicmodus.
Wat daarna gebeurde, is deels verloren gegaan in de alcoholmist.
Wat we wél nog weten:
Kurt ontdekte zijn zangtalent en lanceerde spontaan de zomerhit: “Dat heet dan gelukkig zijn…”
Zijn aaibaarheidsfactor steeg daarmee tot gevaarlijke niveaus. Pommelien Thijs is officieel gewaarschuwd.
Tjess stond intussen onverstoorbaar aan de barbecue alsof hij nooit iets anders gedaan had.
En toen… voetbal.
Er zaten enkele Franse sympathisanten in ons midden — Kurt, Frank en Tjess, die vooral wist dat een bal normaal gezien rond hoort te zijn. Zij genoten zichtbaar van het leed van onze Duitse vrienden. Ook de buren naast ons — vermoedelijk Polen, al twijfelde zelfs talenwonder Kurt nog tussen Noord- en Zuidpool — lagen dubbel van het lachen met onze zang, discussies en spontane analyses van het internationale voetbal.
Naarmate de avond vorderde, slonk de voorraad bier en wijn zienderogen. Een dramatische ontwikkeling.
Dus restte ons nog maar één ding: Bedtijd. Knrrrrrrr… Knrrrrrrrrrrr… 🚴♂️🍻
Dinsdag 5 mei 2026
Nog in het schemerduister – wanneer zelfs de kippen zich nog eens omdraaien – tuft ons trouwe busje door Oostende op zoek naar ambitieuze wielerhelden in wording. Dirk? Die heeft vandaag een zwaar trainingsschema… in bed. Uitslapen is ook een sport, zeggen ze.
Na een obligaat koffietje (lees: levensreddend infuus) zet de blauwe TUI-vogel koers richting het zuiden. De zon begint haar best te doen, de thermometer kruipt boven de 20 graden en een briesje probeert nog wat tegen te spartelen, maar wij laten ons niet kennen.
De huurauto blijkt een rijdend paleis: een luxe 9-zitter die verdacht veel wegheeft van een Porsche die net iets te enthousiast gegroeid is. Hoe dichter we bij ons verblijf komen, hoe smaller de wegen – alsof ze ons willen testen of we het écht menen. Het huisje zelf? Midden in niemandsland. Perfect dus. De eigenaar, een joviale kerel, probeert ons meteen een tweede verblijf aan te smeren. De vrouwen hadden deze keer eigenlijk perfect meegekund… samen met Dirk uiteraard, als hij ooit uit bed geraakt.
Na een snelle hap wordt de supermarkt vakkundig leeggehaald met behulp van de app Listonic – een absolute aanrader voor mannen die anders met drie dingen thuiskomen terwijl ze tien dingen nodig hadden.
De fietsen staan intussen klaar: prachtige machines. Op maat gemaakt, zeggen ze… al lijkt het alsof niet alleen mijn gewicht is gestegen, maar dat van de rest ook, want de zadels zakken collectief door. Resultaat: veel stops en nog meer gelach. En hoewel Dirk er niet is, maakt mijn fiets exact hetzelfde geratel, dus in spirit rijdt hij gewoon mee.
Uiteindelijk tikken we toch mooi 65 km af – een record voor dag één. Een memorabele rit ook, want Frank had onderweg zowat elk hotel en huisje waar hij ooit geslapen heeft in het parcours verwerkt. Een soort nostalgische Tour de Frank.
Douchen gaat sneller dan fietsen vandaag, want de eerste gin-tonic van het jaar (echt waar, we zweren het) wacht op ons. We heffen het glas op onze afwezigen: Peter en Dirk. Heldhaftig… op afstand. Wat daarna gebeurde, blijft – zoals dat hoort – geschiedenis.
Op de terugweg kruist een egel ons pad. Frank, duidelijk dierenvriend van dienst, probeert het beest met zijn telefoon vriendelijk naar de kant te dirigeren. Helaas: geen Bluetooth-verbinding met de egel. Technologie heeft ook zijn grenzen.
Nog een pintje op het terras bij ons huisje, en niet veel later vallen de motoren stil. We dromen alvast van heroïsche etappes en duizelingwekkende hoogtemeters.
Morgen kunnen we uitslapen – Dirk is er toch niet om ons op te jagen. Maar Peter wordt gemist… want wie gaat er in hemelsnaam het ontbijt maken en onze fietsen klaarzetten?
April 2026
Bike Boys, maak jullie borst maar nat… of beter: maak die kuiten maar los! 😄🚴♂️
Voor de 9de keer trekken we met het elitekorps van maar liefst 6 dappere strijders richting Mallorca. Verkennen, zeggen we dan… al begint dat stilaan op archeologisch onderzoek te lijken, want volgens sommigen hebben we ondertussen zelfs de geitenpaadjes al in kaart gebracht. Maar goed, een échte Bike Boy weet: elke bocht ziet er anders uit met tegenwind!
Dit jaar slaan we ons kamp op in het idyllische Costix, pal in het midden van het eiland. Ideaal dus: links, rechts, rechtdoor… en altijd verkeerd als Frank navigeert zonder GPS. Onder het alziend oog van Wim – onze officiële Michelin-gids op twee wielen – zullen we niet alleen kilometers vreten, maar ook strategisch de beste terrassen en culinaire hotspots ontdekken. Prioriteiten, mannen, prioriteiten!
Door een lichtjes ingekorte editie (we worden ook geen 20 meer… sommigen toch 😏), staan er dit jaar 5 ritten op het programma. Geen Mont Blanc-toestanden, maar wel genoeg hoogtemeters om collectief te puffen, zuchten en nadien heroïsche verhalen te vertellen alsof we de Tour gewonnen hebben.
En ja, elke gram telt… dus wie nog bezig is met paaseitjes naar binnen te werken: dat zijn eigenlijk gewoon extra klimkilometers in vermomming! 🐣
Eens aangekomen vallen de rollen weer netjes op hun plaats:
Fred – chauffeur én DJ. Zet moeiteloos van schlager naar Spaanse beats terwijl hij een rotonde mist.
Koen – onze MacGyver. Herstelt een gebroken derailleur met een kurkentrekker, ducttape en een halve San Miguel.
Wim – routeplanner met één gouden regel: als er geen terras op zit, bestaat de rit niet.
Tjess – chefkok. Kookt met zoveel vuur dat zelfs de Spanjaarden beginnen te zweten.
Kurt – sommelier. Kent meer druivenrassen dan versnellingen op zijn fiets.
Frank – wegkapitein. Vindt wegen die zelfs Google Maps liever geheim hield.
Kortom: alle ingrediënten zijn aanwezig voor een legendarische editie.
Dus mannen: fiets nog eens (of denk er toch eens aan), laat de frikandellen voorlopig links liggen, en oefen alvast wat Spaans: “Una cerveza por favor” blijkt elk jaar opnieuw het meest gebruikte zinnetje. 🍺
Vamos Bike Boys!
De zon roept, de bergen lonken, de wijn staat koud… en de benen?
Die zullen wel volgen. 😉
De Cobra